donderdag 14 maart 2019

Wie is de mollah?

Dit is een oproep voor de anderhalf miljoen kijkers van Wie is de mol? Waarom kijken jullie niet met mij mee naar ‘Wie is de mollah?’ Dat is veel spannender en realistischer dan WIDM. 

Wie is de mollah? wordt door meer dan tachtig miljoen mensen gespeeld en is overal ter wereld te volgen. Je mag meekijken in andermans huizen, op basisscholen, universiteiten en kantoren, bij winkeliers, ziekenhuizen, in het openbaar vervoer, in parken en bioscopen, bij politici thuis en zelfs bij oppositieleiders en activisten. Het is een serieus spel dat Iraniërs vandaag al officieel 40 jaar spelen. Het is veel ingewikkelder en gelaagder dan wat jullie gewend zijn bij WIDM, maar er staan dan ook gigantische bedragen op het spel. Soms is de inzet niet zomaar een potje geld, maar een deel van het land of een olieplatform. Soms draait het om kleine beloningen voor een mollah, maar soms ook om vrachtwagens vol baren goud. 
De basis van beide spellen is hetzelfde: er zijn een paar mensen die iets willen bereiken of krijgen en er is een mol die dit streven saboteert. Een belangrijk verschil is dat er bij Wie is de mollah? meerdere  mollen in het spel zijn. Het is zelfs mogelijk dat de hele groep uitsluitend uit mollen bestaat: de kleine mol, de magere mol, de grote en dikke mol, en de kinderen of kleinkinderen van de mollen. Allemaal hebben ze een directe of indirecte band met de allermachtigste mollahs van het land.  Hoe sterker die band, hoe machtiger de mol. Het engste verschil met WIDM is dat bij Wie is de mollah? een echte executie zal plaatsvinden als je uit het spel stapt.
Ik bespeur dat jullie het spel nu al te ingewikkeld vinden. Wij Iraniërs hebben van kinds af aan geleerd hoe we het moeten spelen. We zaten op school met kleine mollen die toegang hadden tot deuren die voor anderen gesloten bleven. Wij leerden al jong dat vrienden en vriendinnen gemakkelijk in vijanden veranderen, want voor de verrader wacht een beloning. Naarmate dat wij ouder werden, werden de beloningen voor verraad groter en aantrekkelijker. 
Als jullie met z’n anderhalf miljoen zitten te genieten van WIDM, kijk ik niet mee. Voor mij is het een kinderspel. Ik kijk liever naar Wie is de mollah? en ik nodig jullie uit om mee te kijken. Het is momenteel heel spannend. De laatste aflevering  ging over een Iraanse activiste die in al jaren in Amerika aan een ‘vrij Iran’ werkt. Veel Iraanse jongeren en vooral vrouwen geloven de activiste en doen mee aan haar spel . Vrouwen die op zoek zijn naar vrijheid en gelijkheid doen stiekem ‘vrijheid- opdrachten’ in Iraanse straten en sturen hun selfies, zonder hoofddoek, naar de activiste.
De activiste is een generatiegenoot. Zij groeide op in min of meer hetzelfde klimaat als ik.  Zij denkt heel goed te weten wat jongeren en vrouwen willen. Ze heeft zichzelf tot woordvoerder van de groep benoemd en gaat voor hen verhaal halen. Zo was ze laatst  op bezoek bij de minister van de Buitenlandse zaken van Amerika, Mike Pompeo. Ze vroeg hem om erkenning. De meeste Iraniërs willen een democratisch land en de Verenigde Staten moeten hieraan gehoor geven, vindt de activiste. 
Hier sloeg zij de plank mis Het bezoek aan Pompeo deed afbreuk aan haar geloofwaardigheid. Voor wie ben jij eigelijk?, vragen Iraniërs zich nu af. Je gaat voor ons verhaal halen bij Pompeo, die voorstander is van de boycot tegen Iran? Die instemt met een visumstop voor Iraniërs? Die medeplichtig is aan de oorlogen in het Midden-Oosten? Moet Amerika ons helpen bij de veranderingen in ons eigen land? Hoe liep dat af in Irak en Afghanistan? Ze die nu beter af? Is dat wat je voor je land en landgenoten wenst?   
De activiste moet zich in de volgende aflevering van Wie is de mollah? bewijzen en met de correcte antwoorden komen op de vragen. Ze moet laten zien dat zij niet zélf de mol is. Tot die tijd moeten we op sociale media onze stem laten horen.
Het is echt heel spannend, mensen. Kom kijken en speel mee.

Als het even niet gaat, bel ik mijn vader.

Je hebt vrienden, kennissen en een gezin, maar toch voel je je alleen. Je familie leeft ver van je vandaan en je vrienden wonen overal op de wereld, behalve bij jou om de hoek. Je kan niet even op de koffie bij een vriendin om je hart te luchten. Je kan niet langs bij je moeder omdat je het even niet ziet zitten. Er is niemand die in een paar uurtjes naar je toe rijdt om je te troosten, soep of taart voor je meebrengt, je hard aan het lachen of huilen maakt. Je kan niet even na een moeilijke dag bij je oma langsgaan. Je oma die niks vraagt en precies aanvoelt wat je nodig hebt — een warme omhelzing en misschien een kop warme thee. 

Op bijzondere dagen in je leven zijn er weinig mensen om je heen met wie je een geschiedenis deelt. Tussen de gezichten van mensen die je feliciteren, zoek je altijd die ene goede vriend(in) die kilometers ver van je vandaan is. Zo ver, dat haar gezicht vervaagd is in de door jou gekoesterde herinneringen. Op zulke momenten kun je onder een deken kruipen en een slechte film kijken (want er is toch nooit iets leuks op tv). Je kunt op sociale media lezen hoe andere mensen ook naar aandacht en liefde vragen. Daarna voel je je waarschijnlijk nog meer alleen, want zelfs het alleen- zijn van de ander is leuker dan dat van jou. Je kunt op straat zomaar mensen omhelzen, onder het mom van een ‘gratis knuffel’, of je kunt je vader bellen.
Dat laatste doe ik. Als ik mij, ondanks mijn gezinnetje, mijn vrienden, kennissen, buren en sociale media, alleen voel, zo alleen dat ik erom moet huilen, bel ik mijn vader. Hij woont heel ver bij mij vandaan. Misschien woont hij op een andere planeet, denk ik soms. Hij is ook alleen. Maar zijn alleen-zijn is van een andere orde dan dat van mij. Dat komt niet enkel doordat hij alleen woont en zijn nog in leven zijnde familielieden ver weg van hem wonen, maar ook doordat hij niemand ziet. Zelfs het feit dat hij niemand ziet, is anders dan bij mij. Hij ziet namelijk letterlijk heel weinig. 
Als hij toevallig op straat een bekende tegenkomt, is de kans dat hij hem herkent nihil. 
Mijn vader hoort net zo min als ik van iemand. Maar bij hem is ‘niks horen’ dubbelop. Ik hoor heel weinig van mensen, omdat zij denken dat ik druk ben of omdat ze denken ze dat zelf heel druk zijn. Maar hij hoort van niemand, omdat hij doof is aan één oor en geen gehoorapparaat wil gebruiken. Misschien omdat hij denkt dat er toch niks te horen valt. 
Daarom bel ik hem als ik ziek ben of als ik mij alleen voel. Zodra de telefoon overgaat, beland ik op een andere planeet. De telefoon rinkelt op heel andere toon. Het is alsof de telefoon zich in een grote woestijn bevindt. Ik zie de tonen als vlinders in de woestijn vliegen en langzaam verdwijnen. Heel diep in die onbewoonbare woestijn ligt mijn vader te dutten, want dat is wat hij graag doet. 
Hij ligt toevallig op zijn goede oor dus hij hoort niks. Ik blijf maar bellen. Ineens zie ik dat hij zich omdraait. Hij hoort zijn telefoon overgaan en opent zijn ogen. Hij denkt: ‘wie zou dat zijn?’ 
In zijn hoofd zoekt hij naar de mensen die hem eventueel kunnen bellen. Dat is ook een onbewoonde woestijn. Hij wordt moe van het zoeken en zijn ogen vallen weer dicht. Ik blijf net zolang bellen totdat hij klaar wakker ligt. Nu moet ik hem naar de telefoon lokken. Dat wordt mijn missie. Ik voel een bijzondere kracht door mij stromen. Net zo bijzonder als de kracht die een onderzoeker voelt bij het uitvoeren van een onmogelijke missie, zoals het laten ontkiemen van een plant op achterkant van de maan. 
Mijn vader loopt langzaam naar zijn telefoon. Dat is voor hem een oneindige afstand. Midden op de weg blijft hij staan. Hij twijfelt of hij echt de telefoon heeft gehoord of dat hij last heeft van oorsuizingen. Ik blijf bellen. Hij loopt verder. Uiteindelijk komt hij bij de telefoon. Hij luistert goed. Alsof hij aan de beltoon kan horen wie hem wil spreken. Ik ben inmiddels een half uur aan het bellen.
Al die tijd heb ik niet aan mijn pijn en mijn verdriet gedacht. Een half uur lang dacht ik niet, ‘ik ben zo alleen hier’. 
‘Allo?’
Ik glimlach. Hij is er. Nog wel. Hij heeft het gered om bij de telefoon te komen. Hij kan nog praten.
‘Wie is daar?’ 
Hij hoort mij niet. Ik roep nog harder mijn naam. Hij mompelt iets, alsof hij in zichzelf praat. Ik vraag hoe het met hem gaat. Hij zegt niks. Waarschijnlijk zit er vertraging op de lijn. Of ik klink heel anders, waardoor hij mijn stem niet herkent. Ik blijf praten, op verschillende toonhoogtes en met wisselende emoties. En ja hoor: precies op het moment dat ik geen hoop meer heb. Precies op het moment dat ik wil ophangen, hoor ik zijn stem. Hij roept mij. Wat ben ik blij. Net zo blij als de onderzoeker die ziet dat zijn plantje op de maan is ontkiemd. 

donderdag 31 januari 2019

Oproep aan de koning





De woorden dansen voor mijn ogen. Ik moet ze wegen, ruiken, voelen. Al schrijvende heb ik de tijd. Ik laat de woorden net zo lang voor mij dansen totdat ze in het gelid springen. In gesprekken gaat het weleens mis. Dan floepen er woorden uit mijn mond die ik helemaal niet wil gebruikenEn gezegd is gezegd. De woorden zijn op de wereld gezet, sorry zeggen verandert daar niets aan Ik dacht dat dit verschijnsel alleen voorkwam bij mensen als ik, die proberen zich in een andere taal dan hun moedertaal te uiten. Maar ik zie het tegenwoordig  ook gebeuren bij politici, woordvoerders en presentatoren, mensen waarvan je niet verwacht dat ze een taalbarrière hebben.Zo iemand als Martine Goeman, jurist bij kinderrechtenorganisatie Defence for Children. Op basis van cijfers van het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) schreef De Volkskrant: ‘Meer  asielzoekers verdwijnen uit de opvang om uitzetting te voorkomen. De krant citeert ook Goeman:‘De angst voor detentie en uitzetting is zo groot dat gezinnen de illegaliteit verkiezen boven terugkeer naar het land van herkomst, waar ze geen perspectief hebben’.Mijn blik blijft haken aan het woord verkiezen’. Waarom gebruikt Goeman dit woord?  Is het een taalbarrière? Gebruikt ze die term bewust?  Of kwam hij in haar hoofd omdat er hier in Nederland nu eenmaal heel wat te kiezen valt. Nederlanders kiezen voortdurend: vanaf het moment dat ze s’ochtends vroeg hun ogen opendoen, tot laat in de avond, staan ze voor keuzes. In bed blijven liggen of opstaan, naar het werk gaan of thuisblijven, in of uit het huwelijksbootje  stappen, wel of niet veranderen van zorgverzekering, bij de Europese Unie blijven of niet, wel of niet stemmen….er valt veel te kiezen. Misschien dat sommigen doorboor vergeten dat er situaties zijn waarvoor je  niet kiest , maar  waardoor je getroffen wordt Martine Goeman, ook druk met alle  keuzes in de wereld om haar heen, is vergeten dat men soms ook in Nederland gedwongen wordt om iets te doen. Bijvoorbeeld de Illegaliteit in te gaan. Niemand kiest  hiervoor, net zomin dat we er niet voor kiezen om ziek te worden of door een zwaar ongeluk  getroffen te worden.  Ik zou tegen Martine  Goeman willen zeggen: kies je woorden nauwkeurig, al is dat alleen om mij. Om mij en alle anderen die uit landen komen waar weinig te kiezen valt. Mensen die voor eerst in hun leven het woord ‘kiezen’ horen. Mensen als ik en Albert, die elke ochtend naast mij in de bibliotheek zit. Hij koos er twintig jaar geleden, toen hij nog maar 15 jaar was, niet voor om de rest van zijn leven op straat te wonen, omdat hij niet terug kan naar zijn geboortelandKies je woorden nauwkeurig, voor mij, voor Albert, voor iedereen die niet binnen, maar ook niet buiten de grenzen van Nederland valt. Voor hen die uit de opvang verdwijnen, maar nooit helemaal onzichtbaar zullen worden. Alhoewel  dat iedereen zich afvraagt: ‘Waar duiken mensen onder nadat ze uit de opvang verdwijnen?’Buiten de opvang belanden mensen in een zwart gat een gat waar de meeste Nederlanders niks over willen horen. Ook dat is een keuze. En hoe meer mensen die keuze maken, hoe donkerder het gat waarin illegalen belanden
Toch ben ik hoopvol, juist omdat in Nederland veel te kiezen valt. Bijvoorbeeld door koning Willem-Alexander. Ieder jaar zet hij de schijnwerper op een groep uit de samenleving die wordt uitgenodigd voor de koninklijke nieuwjaarsreceptie. Voor dit jaar is het te laat, maar wie weet valt het licht volgend jaar op het zwarte gat van de samenleving en worden de uit het zicht verdwijnende asielzoekers naar het paleis uitgenodigd voor een borreltje met Maxima en Alexander.